Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Algemeen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Algemeen

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan hoe solide de financiële positie van de gemeente is. Weerstandsvermogen is van belang omdat financiële tegenvallers zich kunnen voordoen. Het beleid ten aanzien van het weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt vastgelegd in de Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing. Vervolgens wordt in de verplichte paragraaf bij de begroting en jaarrekening inzicht gegeven in de verhouding benodigd en beschikbaar weerstandsvermogen en zo nodig de maatregelen die worden genomen om op het benodigde niveau te komen.

Weerstandsvermogen
In het ‘Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten’ is aangegeven dat het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen:
A. De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken;
B. Alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
Het weerstandsvermogen als ratio, berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit, vormt de indicator voor de robuustheid van de begroting. In de Nota Weerstandsvermogen en Risicobeheersing 2022-2025 is vastgelegd een ratio te hanteren van 1,0. Dit valt binnen waarderingsschaal C (=voldoende) op basis van het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader van de provincie Gelderland. Op basis van de financiële verordening zal deze nota in 2025 worden herzien.
De begroting van 2026 sluit op een totaal van ongeveer 227 miljoen. Hiervan bestaat 115 miljoen uit programma 6, de gedecentraliseerde wetten WMO, jeugdzorg en Participatie. Deze activiteiten brengen veel risico’s en open einde regelingen met zich mee, maar hebben daarvoor ook een eigen bestemmingsreserve, de bestemmingsreserve sociaal domein. Dat betekent dat de risico’s van de activiteiten die worden uitgevoerd onder het restant van de begroting (112 miljoen) een beroep doen op het weerstandsvermogen. Naast de berekening van de ratio, zoals hierboven beschreven, is een vergelijking tussen risico’s en omvang van de begroting interessant. Een buffer van 10% zou kunnen worden beschouwd als minimum ondergrens. Voor 2026 is dat ongeveer 11,2 miljoen.

Weerstandscapaciteit
Bij het begrip weerstandscapaciteit wordt er onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit is de mate waarin eenmalige tegenvallers en/of calamiteiten kunnen worden opgevangen met vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden ingezet, zonder dat het invloed heeft op het gemeentelijk voorzieningenniveau. Dit mag bestaan uit de algemene reserve, overige vrij aanwendbare reserves en stille reserves.
De structurele weerstandscapaciteit is de mate waarin de gemeente in staat is om niet begrote kosten te dekken door structurele ruimte vrij te maken, zonder dat het ten koste gaat van de uitvoering van het beleid. Dit bestaat in de gemeente Harderwijk uit een raming voor onvoorziene uitgaven. Deze stelpost heeft een incidenteel karakter gekregen bij de ombuigingen voor 2025 e.v., waarbij de hoogte ervan ieder jaar bij de technische uitgangspunten van de Kadernota vastgesteld wordt. Bij de actualisering van de Nota Weerstandsvermogen en Risicobeheersing moet deze gewijzigde werkwijze opgenomen worden.

Risicobeheersing
Risicobeheersing is het geheel aan maatregelen die bewust door het college worden genomen om risico’s te signaleren, over te dragen, te vermijden, te verminderen of te accepteren. Het doel van risicobeheer is de kans vergroten beoogde resultaten te behalen. Hierbij streeft de gemeente Harderwijk naar risicobeheer als gewoonte, door middel van structureel aandacht voor risico’s. Risicobewustzijn binnen de gemeente is belangrijk om gefundeerde besluiten te nemen waarbij aanwezige risico’s en mogelijke gevolgen voor de maatschappij en de financiële positie van de gemeente in afgewogen kunnen worden.
Om inzicht te krijgen in de risico’s worden deze jaarlijks (bij de jaarrekening) organisatie-breed geïnventariseerd en gekwantificeerd naar omvang en de kans dat de risico gebeurtenis zich voordoet. Vervolgens worden beheersmaatregelen geformuleerd om de risico’s te reduceren. Ervan uitgaande dat deze beheersmaatregelen ook effectief zijn, wordt een inschatting gemaakt van de overblijvende risico’s. Deze overblijvende risico’s vormen gecumuleerd de onderbouwing van de benodigde weerstandscapaciteit.

Huidige weerstandscapaciteit
Op basis van bovenstaande uitgangspunten is in onderstaande tabellen een samenvatting weergegeven van de beschikbare weerstandscapaciteit ultimo 2024. De prognose stand wordt hieronder gebruikt en afgezet tegen de risico-inventarisatie jaarrekening 2024. De besluitvorming van de Kadernota 2026-2029 incl. ombuigingen is in een separate kolom weergegeven. 

In onderstaande tabel is de geprognosticeerde weerstandscapaciteit weergegeven. In deze stand is rekening gehouden met de besluitvorming over de Jaarrekening 2024, de inzet bij de begroting 2025-2028 en de overige claims op de algemene reserve. De ratio weerstandsvermogen is op basis van de prognose stand en de actuele risico-inventarisatie (jaarrekening 2024), afgerond 1,9.

Beschikbare weerstandscapaciteit
Stand 31-12-2024 incl. rekeningresultaat
Claims op reserve
Ingezet bij Kadernota 2026
Prognose stand na verwerking resultaat / claims
Verloop Algemene Reserve
26.782
12.991
-3.632
36.141
Berekening weerstandsvermogen
Prognose stand na verwerking resultaat / claims
Geïndentificeerde risico's n.a.v. actualisatie eind 2024
Overschot
Ratio weerstandsvermogen
Berekening weerstandsvermogen
36.141
-18.840
17.301
1,9

De claims op de reserves en het rekeningresultaat bestaan uit:

(bedragen x € 1.000,-)
Claims op reserves en het rekeningresultaat
Bedrag
Saldo per 31-12-2024
26.782
Voorstellen voor bestemming resultaat jaarrekening 2024:
Saldo jaarrekening 2024
23.030
Onttrekking onderhandenwerken 2024
-1.277
Toevoeging bestemmingsreserve havenwerken
-118
Onttrekking bestemmingsreserve omgevingswet; implementatie omgevingswet
18
Onttrekking bestemmingsreserve monumenten; meerkosten monumentensubsidie 2024
11
Onttrekking bestemmingsreserve energielasten; Energieneutraal de Sypel
454
Toevoeging bestemmingsreserve Energieneutraal de Sypel
-454
Onttrekking bestemmingsreserve energielasten; vrijval en opheffen
1.227
Onttrekking beschermd wonen; Molenweg naar algemene reserve
275
Toevoeging bestemmingsreserve sociaal domein; resultaat voordeel programmagelden
-675
Toevoeging bestemmingsreserve sociaal domein; op 4milj niveau brengen reserve
-380
Claims:
Kadernota 2023-2026 (dekking incidentele posten jaarschijf 2025-2026)
-1.062
Kadernota 2024-2027 (dekking incidentele posten jaarschijf 2025)
-844
Kadernota 2025-2027 (dekking incidentele posten jaarschijf 2025-2026-2027-2028)
-3.216
Begroting 2025 - eenmalige uitname Algemene Uitkering
-1.645
Begroting 2025 - stelpost onvoorzien 2025
-161
Begroting 2025 - onderzoek naar binnen podium tlv reserve Midden theater
35
2e Turap 2023; onderhandenwerken (jaarschijven 2025-2026)
-72
1e Turap 2024; onderhandenwerken (jaarschijf 2025)
-218
Besluitvorming verbouwing Academistraat - jaarschijf 2025 (maximaal bedrag)
-230
Besluitvorming kansrijk opgroeien (neutraal 2024)
-580
Initiatiefvoorstel opt-in systeem ongeadresseerd reclamedrukwerk (jaarschijf 2025)
-15
Besluitvorming 1e Turap 2024 - woonpark Hierden (restant 275k; restant neutrale 2024)
-137
Zonne-energie voor energieneutraal De Sypel (claim)
-100
Windpark claim
-575
Onderzoek / maatregelen uitvoeringsagenda onderdeel parkeren
-50
Claim aankoop Donkerstraat *1
-250
Totaal resultaatbestemming en claims incl. aanvullende claims (*1)
12.991
Kadernota 2026-2029
-3.632
Geprognostiseerd saldo jaarrekening 2024 incl. Kadernota 2026-2029
36.141
*1 formele besluitvorming door de raad moet over dit onderwerp nog plaatsvinden

Benodigde weerstandscapaciteit risico-inventarisatie

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Benodigde weerstandscapaciteit risico-inventarisatie

De totale benodigde weerstandscapaciteit op basis van de risico inventarisatie bij de jaarrekening 2024 is € 18,8 miljoen. Dat is circa 16,7 % van de begroting 2026 (excl. Sociaal Domein) en is als volgt opgebouwd:

Belangrijkste risico’s
Rekening 2024
Rekening 2023
Rekening 2022
1
Grondexploitaties / Waterfront
5.400.000
1.000.000
11.600.000
2
Risico rentestijgingen grondexploitatie
3.325.000
5.019.000
4.481.280
3
Sociaal domein
-
-
-
4
Gronden in eigendom van de gemeente
427.500
331.700
331.700
5
Verbonden partijen
222.000
528.250
315.903
6
Raming gemeentefonds
500.000
500.000
-
7
Garantieverlening Zonnepark Harderwijk BV
440.000
450.000
500.000
8
Warmtenetwerk
-
500.000
-
9
Windturbines Lorentz
-
312.500
-
10
Overig Domein Mens & Maatschappij, team samenleving
1.188.500
1.049.000
760.000
11
Exploitatie sport accommodaties en zwembad
62.500
187.500
241.917
12
Overig Domein Stad & Omgeving, ruimtelijke projecten
2.191.500
460.000
-
13
Stadsbedrijf
500.000
500.000
610.000
14
Financiële risico’s (borgstellingen en garantstellingen)
900.000
1.574.750
-
15
Bedrijfsvoering risico’s
3.183.000
3.255.500
-
16
Overig algemeen (niet geïdentificeerd of gekwantificeerd)
500.000
500.000
2.000.000
Totaal
18.840.000
16.168.200
20.840.800

De totale benodigde weerstandscapaciteit, op basis van de risico-inventarisatie eind 2024, is € 18,8 miljoen. Dit is een stijging van ca. € 2,6 miljoen ten opzichte van de berekende, benodigde weerstandscapaciteit bij de jaarrekening 2024. In onderstaande tabel een overzicht van het verloop van de risico-inventarisatie.

(bedragen x €1.000,-)
Risico inventarisatie (verloop)
Jaarrekening 2020
Jaarrekening 2021
Jaarrekening 2022
Jaarrekening 2023
Jaarrekening 2024
Algemene dienst
4.940
9.181
4.659
9.836
9.688
Grondexploitaties
21.120
14.967
16.181
6.332
9.152
Totaal
26.060
24.148
20.840
16.168
18.840

Toelichting op de belangrijkste risico’s en ontwikkelingen m.b.t. de benodigde weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Toelichting op de belangrijkste risico’s en ontwikkelingen m.b.t. de benodigde weerstandscapaciteit

De risico’s van de grondexploitaties zijn fors toegenomen, de risico’s binnen de algemene dienst zijn vrijwel gelijkgebleven. Er wordt in toenemende mate aandacht gevraagd voor cybersecurity, informatiebeveiliging en privacy. Het is echter lastig om die risico’s al te kwantificeren. Hieronder volgt een toelichting op de grootste gekwantificeerde risico’s of groep van risico’s.

  1. Grondexploitaties / Waterfront
    Risico’s die zich voordoen worden bij herziening vertaald in het saldo van de grondexploitatie en risico’s die zich niet voordoen vervallen of verminderen. Op grond hiervan mag onder normale omstandigheden er vanuit worden gegaan, dat de risico’s van de lopende grondexploitaties langzaam verder afnemen naarmate het einde nadert. De risico’s met betrekking tot de grondexploitaties zijn echter dit jaar fors toegenomen. Voor het komende jaar moet, net zoals ieder jaar, rekening gehouden worden met fluctuaties in de risico’s afhankelijk van de geactualiseerde situatie. Voor de herziening van de Grexen 2025 (onderdeel van de jaarrekening 2024) zijn de risico’s berekend met behulp van de Monte Carlo methode. Hierbij worden verschillende variabelen en alle benoemde risico’s in een rekenmodel verwerkt die 10.000 simulaties gaat draaien van mogelijke uitkomsten. Het resultaat van deze uitkomsten is een verdeling van de waarschijnlijkheid van het financiële resultaat van de grondexploitatie, inclusief alle risico’s en kansen. Deze nieuwe methode heeft ertoe geleid dat de risico’s ten opzichte van de eerdere berekeningen, naar boven zijn bijgesteld. Voor Lorentz III , Drielanden en restgrexen zijn de gekwantificeerde risico’s lager dan de verwachte winst waardoor deze risico’s binnen de grex kunnen worden opgevangen en bij de berekening van het benodigde weerstandsvermogen buiten beschouwing blijven.

    Waterfront:  Het risico is met ruim 4,4 miljoen gestegen. Deze stijging bestaat uit meerdere elementen. Deze onderdelen zijn in de herziene grexen (die onder geheimhouding aan de raad beschikbaar zijn gesteld), uitvoerig beschreven. Samengevat gaat het om:
    a. Marktrisico grondopbrengsten: De grondexploitatie Waterfront is erg gevoelig voor marktschommelingen doordat er nog veel grondopbrengsten moeten worden gerealiseerd. Een wijzigend indexcijfers van 2% over één jaar heeft al een effect van € 1,0 miljoen. Ook gezien de sterk fluctuerende marktontwikkelingen van de afgelopen jaren kan dit risico in de toekomst dus zowel een sterk voordelig als nadelig effect op het projectsaldo veroorzaken.
    b. Uitgiftevertraging Lorentz haven: Netcongestie, stikstofproblematiek en de onzekerheid over de bouw van windmolens op het bedrijventerrein leiden tot een vertraging in de uitgifte van de kavels. Netcongestie leidt ertoe dat Liander geen aanvragen grootverbruik mag honoreren, waardoor veel potentiële bedrijven niet operationeel kunnen worden en de grond dus niet wordt verkocht. Ook de onduidelijkheid over het plaatsen van windmolens leidt tot vertraging. Nadat de Raad van State het bestemmingsplan, dat de bouw van de molens mogelijk maakte, heeft vernietigd is het onzeker of de windmolens worden geplaatst en zo ja wanneer deze worden gebouwd. Die onzekerheid maakt dat de kavels onder de windmolens vooralsnog niet in verkoop kunnen. Waar uitgiftevertraging een nadelig effect heeft op plankosten (meer kosten want meer jaren ambtelijke inzet), heeft dit een gunstig effect op de opbrengsten aangezien de opbrengstenstijging relatief gunstig is ten opzichte van de rentekosten die die oplopen wanneer de grondexploitatie jaren later wordt afgesloten.
    c. Gewijzigde inzichten Dolfinariumeiland: De raad is eind 2024 middels een brief geïnformeerd over de stand van zaken. De strook langs de haven is onderdeel van fase 2 (complex GX14) van het Waterfront. In deze strook is de bouw van een theater en andere Leisure functies voorzien. Omdat de ontwikkeling op basis van een dergelijk programma al een aantal keer niet succesvol is afgerond worden de uitgangspunten heroverwogen. Ook een ruimtelijke heroverweging is daar onderdeel van. Onderdeel van het project is een bebouwingsplint die het Dolfinarium afschermt van de stad. Wellicht een logische keuze toen het Dolfinarium nog miljoenen bezoekers trok. Nu is de vraag actueel of er niet een visie op de ontwikkeling van het hele eiland nodig is voordat er keuzes worden gemaakt voor de invulling van de plint. En mocht het komen tot de bebouwing van deze plint dat moet dat geen blokkade vormen voor een mogelijke toekomstige ontwikkeling van de rest van het eiland. Deze heroverweging kan leiden tot vertraging in de ontwikkeling van de strook die onderdeel uitmaakt van fase 2.
    d. Niet nakomen subsidievoorwaarden WBI: Het Rijk stelt voorwaarden aan de verleende WBI-subsidie. De belangrijkste voorwaarde is het realiseren van voldoende betaalbaar bouwprogramma. Over dit onderwerp is met het ministerie nauw contact. De aantallen en percentages betaalbare woningen die worden gebouwd beantwoorden aan de gestelde voorwaarden. Het oplossen van een financieel tekort is een andere voorwaarde voor het verlenen van de subsidie. Nu het exploitatieresultaat verbetert is de subsidie ook niet meer of minder nodig om het tekort af te dekken. De WBI subsidie kan daarom niet meer dienen als dekking voor eventuele risico’s. Risico’s lopen daarom via het weerstandsvermogen.

  2. Risico rentestijgingen voor de grondexploitaties
    De rentegevoeligheid van de grexen wordt jaarlijks geanalyseerd om het risico van rentestijging te kunnen kwantificeren. In de grexen is gerekend met een rentepercentage van 0,5% terwijl de rente op de kapitaalmarkt op dit moment veel hoger is. Bij aflopende leningen en herfinanciering geeft dat een direct effect op de kosten van de grexen. Het renterisico’s wordt berekend op basis van de verwachte eindwaarde van de grex, de looptijd van de grex en een rente opslag die gebaseerd is op het verschil tussen de toegerekende rente en de huidige marktrente. Net als in 2023 is gerekend met een renterisico opslag van 1,0%. Naarmate het rente percentage toeneemt wordt het rente effect groter door het zogenoemde rente op rente effect. Door de relatief lange looptijd van 7 jaar bij Lorentz III en de relatief hoge boekwaarde van € 19,1 miljoen is de rentegevoeligheid groot. Ook voor de grex Waterfront geldt dat door de relatief lange looptijd van 6 jaar en de hoge boekwaarde van € 96,7 miljoen de rentegevoeligheid groot is. Per saldo is het renterisico op alle grexen tezamen afgenomen met ongeveer 1,7 miljoen. Dat kan worden verklaard door het resultaat van de herziene grondexploitaties, inclusief de vrijval van voorziening (waterfront) van ruim 11 miljoen euro. Over dat deel wordt geen renterisico meer gelopen.

  3. Sociaal domein
    De combinatie van een goed gevulde bestemmingsreserve sociaal domein en een realistische begroting 2025, hebben ten tijde van de jaarrekening 2024 (het moment van risico inventarisatie) tot de conclusie geleid dat er geen aanvullend benodigd weerstandsvermogen nodig is voor het sociaal domein. Op 19 juni 2023 is de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 definitief vastgesteld. Doel van de maatregelen in de Hervormingsagenda is het jeugdstelsel kwalitatief te verbeteren en financieel houdbaar maken: betere en tijdige zorg en ondersteuning voor jeugdigen en hun gezin, op de juiste plek en wanneer dit nodig is. De maatregelen zoals opgenomen in de Hervormingsagenda tellen op tot een besparingspotentieel van ongeveer € 1 miljard vanaf 2026. Gemeenten moeten bij het opstellen van hun begrotingen rekening houden met deze besparing van € 1 miljard. Met het vaststellen van de Hervormingsagenda zijn de middelen voor de jaren 2024 en 2025 toegevoegd aan het gemeentefonds. De toevoeging aan het gemeentefonds van de middelen voor 2026 en verder vindt plaats na het advies van de deskundigencommissie en de besluitvorming daarover.
    Begin 2025 heeft de deskundigencommissie een zwaarwegend advies uitgebracht met het rapport Groeipijn. De commissie heeft de voortgang en uitvoering van de Hervormingsagenda beoordeeld en heeft geconcludeerd dat er veel gedrevenheid is om de hervormingen te laten slagen, maar dat er ook aanzienlijke druk is op alle betrokkenen. Voor wat betreft financiën stelt de commissie dat de financiële tekorten gedeeld moeten worden tussen Rijk en gemeenten. In hoeverre het Rijk het advies van de commissie overneemt, is nu nog niet bekend. De voorjaarsnota 2025 van het Rijk en de meicirculaire 2025 geven waarschijnlijk duidelijkheid.

  4. Gronden in eigendom van de gemeente
    De gemeente heeft gronden in eigendom om te ontwikkelen of te ruilen om ontwikkeling mogelijk te maken. De boekwaarde van de gronden kan te hoog zijn als de bestemming nog onduidelijk is of mogelijk te hoog gewaardeerd. Dat kan het geval zijn als geplande ontwikkelingen geen doorgang vinden of er als gevolg van ontwikkelingen in de markt verlies geleden zal worden op de grondverkoop. We hebben in 2024 aanvullende gronden gekocht waardoor het risico is gestegen.

  5. Verbonden partijen
    Deelname aan verbonden partijen brengt risico’s met zich mee. Onder de afname van dit risico vallen met name de gesignaleerde risico’s voor MIZ en voor de Inclusief Groep (Berenschot doet momenteel onderzoek) die naar beneden zijn bijgesteld. Voor gemeenschappelijke regelingen die zelf onvoldoende weerstandsvermogen aanhouden houden wij rekening met de consequenties die dat voor ons zou kunnen hebben.

  6. Raming gemeentefonds
    In december 2023 zijn we geconfronteerd met een onverwachte tegenvaller in de algemene uitkering (€ -900.000,-). Door herijking is het aantal maatstaven fors verminderd met als gevolg dat het actualiseren of herzien van een maatstaf een veel grotere impact kan hebben.

  7. Garantieverlening Zonnepark Harderwijk BV
    De gemeente heeft zich garant gesteld voor een grote lening, waarvan een deel inmiddels is afgelost, daardoor kan het risico worden verlaagd. Doordat er ook een zonnepark tegenover de lening staat is het risico teruggebracht tot het restrisico. 

  8. Warmtenetwerk
    De risico’s voor het warmtenetwerk zijn gereduceerd omdat de gemeente aandeelhouder is van de onderneming. Aanleg- en exploitatie risico's ten aanzien van het warmtenet worden primair door WNH BV zelf gedragen. In 2024 is er een additionele agiostorting gedaan om de tegenvallende inkomsten op te kunnen vangen. In 2025 zal er wederom een agiostorting worden geëffectueerd om investeringen naar voren te kunnen halen. Met het verschaffen van dit kapitaal aan de BV zijn de risico’s verdwenen.

  9. Windturbines Lorentz
    In de jaarrekening 2023 hielden we rekening met een risico. De kosten voor het project windturbines waren opgelopen terwijl onzeker was of deze kosten kunnen worden terugverdiend. Netcongestie maar ook de uitspraak van de Raad van State leidden tot onzekerheid. Ten tijde van het opstellen van de jaarrekening 2024 is een bestuurlijk advies in routing gegaan waarbij wordt voorgesteld om het krediet te gaan afsluiten en de kosten ten laste te brengen van de algemene reserve. In het claimoverzicht per 31-12-2024 op de algemene reserve is hiermee rekening gehouden.

  10. Overig domein mens & maatschappij, team samenleving
    Vanuit het team samenleving wordt samengewerkt met een groot aantal maatschappelijke instellingen. Voor een aantal daarvan zijn borgstellingen of garantstellingen afgegeven die allen risico met zich meebrengen. Ook door het verstrekken van jarenlange subsidies bestaat een vergelijkbaar risico. Tevens is binnen dit domein een grote kans op misbruik van persoonsgegevens of informatielekken. De risico’s daarvan zijn geïdentificeerd en zo goed mogelijk gekwantificeerd.

  11. Exploitatie sport accommodaties en zwembad
    Het zwembad is in maart 2023 geopend en de nieuwe sporthal is per september 2024 in gebruik genomen. Daarom is in het voorjaar 2025 de herziening van de exploitatie opgesteld om in kaart te brengen wat er nodig is aan budget. Met de exploitatie herziening zijn ook alle inkomsten en uitgaven doorgelicht in de begroting van de Sypel. Dit heeft ertoe geleid dat op een aantal onderdelen de begroting om een bijstelling vraagt. Het risico op overschrijding van het budget voor de exploitatie is hiermee ten opzichte van 2024 verlaagd.

  12. Overig domein stad & omgeving, ruimtelijke projecten
    Er is een groot aantal projecten in ontwikkeling die mogelijke risico’s met zich meebrengen. De ontwikkeling van ruimtelijke projecten brengen elk hun eigen risico’s met zich mee. Deze risico’s worden per project geïnventariseerd en meegenomen bij de jaarlijkse risico-inventarisatie. Lopende en/of net uitgevoerde projecten, kunnen risico’s meebrengen door dat de exploitatie budgetten mogelijk niet meer passend zijn. Eind 2023. is met de auditcommissie de wijze van omgaan met projectrisico's en daaruit voortvloeiend, financiële gevolgen voor het weerstandsvermogen, besproken. Daar is aangegeven dat op de agenda staat om de risico's voor de niet-GREX projecten op eenduidige wijze te beschrijven en te waarderen. De inventarisatie voor de risico's op kwalitatief niveau heeft inmiddels voor 70% van de projecten plaatsgevonden. De volgende stap is deze eenduidige wijze te kwantificeren. Bij de jaarrekening 2025 zal deze input worden meegenomen voor de bepaling van het weerstandsvermogen. Op basis van de risico's zoals deze tot dusver zijn gewaardeerd is voor 2024 gekozen voor een verzamelpost. Toename van de risico’s kunnen verklaard worden door de toename van de kosten op voorbereidingskrediet nieuw Weiburg en Kranenburg. Aanvullend is een groot risico toegevoegd voor de geluidsschermen A28/Tweelingstad omdat daar contracten onderliggen en het krediet uit 2020 niet geïndexeerd is.

  13. Stadsbedrijf
    Het stadsbedrijf is verantwoordelijk voor zorgvuldig beheer en onderhoud van de openbare ruimte. De ruimte die door allen in de samenleving wordt gebruikt. Het opgenomen risico betreft het voordoen van een mogelijke calamiteit in de openbare ruimte waarin de begroting geen rekening mee is gehouden en waar snel gehandeld moet worden.

  14. Financiële risico’s (borgstellingen en garantstellingen)
    Net als bij de grexen bestaat er ook een renterisico in de algemene dienst. Op basis van de huidige informatie verwachten wij in 2026 weer leningen te moeten aantrekken tegen de dan geldende rentepercentages. In onze begroting is geen rekening gehouden met een hogere rentelast. Bestaande garantstellingen voor derden moeten we beschouwen als een financieel risico. En met het gebruik van subsidies van derden, zoals bijvoorbeeld de WBI, SISA regelingen bestaat er een risico op terugbetaling. Risico’s die in eerdere berekeningen niet separaat waren gekwantificeerd. De afname kan worden verklaard doordat over de subsidies voor beschermd wonen geen terugbetaalplicht bestaat. Die berekende risico’s zijn eruit gehaald.

  15. Bedrijfsvoering risico’s
    In onze bedrijfsvoering lopen we dagelijks risico. Een verzamelpost van vele heel diverse risico’s, groter en kleiner van aard die niet allemaal separaat zijn benoemd. Een aantal voorbeelden hiervan zijn: Menselijke fouten kunnen leiden tot schades zoals bijvoorbeeld foute aanbestedingen of het terugvorderen van subsidies. We bezitten veel vastgoed, met risico’s van leegstand terwijl onze kosten doorlopen, of we kunnen juist te maken krijgen met hogere pandlasten die doorberekend worden aan gebruikers maar in sommige gevallen anderzijds vragen om een hogere subsidie van de gemeente. Op ons totale personeelsbestand hebben we jaarlijks te maken met uitval van collega’s door langdurige ziekte waarbij wij verantwoordelijk blijven om bij te dragen in de kosten. Een aantal collega’s heeft een aanstelling voor onbepaalde tijd terwijl de dekking incidenteel van aard is. Kortom een divers geheel van risico’s die onderling van elkaar verschillen en in omvang niet groot zijn, maar als geheel toch een behoorlijk risico vormen. Ook die risico’s hebben we dit jaar zo goed mogelijk geprobeerd in beeld te brengen en samengevat in de risico’s voor de bedrijfsvoering.

  16. Overig algemeen (niet geïdentificeerd of gekwantificeerd
    Om schijnnauwkeurigheid te voorkomen in de berekeningen van risico’s en ook in de wetenschap dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen is er voor gekozen om- net als vorig jaar- een algemene rest post op te nemen in het weerstandsvermogen. Hieronder vallen ook risico’s inzake informatieveiligheid en privacy.

Risico's inzake informatieveiligheid en privacy

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risico's inzake informatieveiligheid en privacy

Begroting 2026-2029 privacy en informatieveiligheid

Door verdergaande digitalisering zijn privacy en informatieveiligheid een essentieel onderdeel van het werk van gemeenten geworden. Voor inwoners is het van belang dat de gemeente de juiste informatie in de juiste vorm beschikbaar heeft. Organisaties zijn verplicht om daarbij structurele naleving van privacyregels te waarborgen. Door toenemende cyberdreigingen wordt passende beveiliging van deze informatie steeds belangrijker. Het voorkomen van datalekken en beveiligingsincidenten is cruciaal. Dit betekent dat er binnen de begroting ieder jaar rekening gehouden moet worden met de kosten voor het creëren van bewustwording, advisering en het implementeren van maatregelen om aan de wetgeving te voldoen. De samenwerking tussen Ermelo, Harderwijk en Zeewolde via Meerinzicht biedt daarbij schaalvoordelen.

De Cyberbeveiligingswet (Cbw), die naar verwachting in 2026 in zal gaan, zal meer eisen gaan stellen aan organisaties op het gebied van informatieveiligheid. Gemeenten zullen moeten kunnen aantonen dat hieraan wordt voldoen. Er wordt in 2025 in opdracht van Meerinzicht een GAP-analyse uitgevoerd. Deze analyse geeft een beeld van waar de organisatie staat met betrekking tot de wettelijke vereisten. Er is een kadernota voorstel ingediend om in de begroting van 2026 middelen te reserveren om aan de slag te kunnen met de verwachte uitkomsten hiervan. Met deze middelen wordt het mogelijk om hiervoor externe expertise in te schakelen in 2026. Op deze manier kunnen noodzakelijke verbeteringen doorgevoerd worden om Ermelo, Harderwijk, Zeewolde en Meerinzicht een nog veiliger omgeving te maken en die daarnaast voldoet aan de Cbw.

Ook de ontwikkelingen op het gebied van AI gaan snel. Het kan de dienstverlening efficiënter en beter maken. Vanaf augustus 2026 zullen gemeenten bij inzet van AI moeten voldoen aan de Europese AI Verordening. Dit komt bovenop de eisen waaraan we al moeten voldoen vanuit de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de Cbw.  De kosten voor het voldoen aan de wettelijke eisen bij de inzet van AI zullen naar verwachting stijgen in de komende jaren.

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Financiële kengetallen
Financiële kengetallen Begroting 2026
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
1-a. Netto schuldquote
42,9%
51,0%
50,9%
52,7%
46,7%
39,6%
1-b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
40,0%
49,0%
49,8%
51,7%
45,6%
38,5%
2. Solvabiliteitsratio
36,0%
32,0%
35,2%
36,8%
36,6%
36,9%
3. Grondexploitatie
24,8%
16,0%
14,4%
6,8%
0,0%
0,0%
4. Structurele exploitatieruimte
6,4%
1,1%
0,0%
0,4%
0,0%
0,0%
5. Belastingcapaciteit*
81,9%
86,0%
83,0%
83,0%
83,0%
83,0%
*Het kengetal Belastingcapaciteit voor de begroting 2027 t/m 2029 kan niet worden berekend. De benodigde gegevens (belastingtarieven en de gemiddelde WOZ- waarde) zijn voor deze jaren nog niet beschikbaar. Derhalve wordt hetzelfde percentage aangehouden vanaf 2027.

Financiële kengetallen
In bovenstaande tabel is een overzicht te zien van de financiële kengetallen.

De provincie Gelderland heeft een tabel ontwikkeld die als hulpmiddel kan worden gebruikt bij de interpretatie van de kengetallen. Daarbij hanteert de provincie drie risicocategorieën (A, B en C). 

De berekende kengetallen zijn in te delen in 3 categorieën:

  • Categorie A: minst risicovol;
  • Categorie B: gemiddeld risicovol;
  • Categorie C: meest risicovol.

Om een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie te kunnen geven, is onderstaande tabel weergegeven. Uiteindelijk is het van belang het geheel aan kengetallen in relatie met elkaar te analyseren, en niet één afzonderlijk kengetal te isoleren.

De categorieën waarin de gemeente Harderwijk zich bevindt voor begrotingsjaar 2026, zijn vetgedrukt in onderstaande tabel.

Financiële kengetallen
Categorie A
Categorie B
Categorie C
1-a. Netto schuldquote
<90%
90-130%
>130%
1-b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90%
90-130%
>130%
2. Solvabiliteitsratio
>50%
20-50%
<20%
3. Grondexploitatie
<20%
20-35%
>35%
4. Structurele exploitatieruimte
>0%
0%
<0%
5. Belastingcapaciteit
<95%
95-105%
>105%

Financiële positie en toelichting op financiële kengetallen
De financiële positie van de gemeente Harderwijk uitgedrukt in de kengetallen wordt, op basis van de risicocategorie-indeling, als voldoende gekwalificeerd. De risicocategorisering waarin de kengetallen voor het jaar 2026 van gemeente Harderwijk vallen komt overeen met die van de begroting 2025 met uitzondering van het kengetal structurele exploitatieruimte (van A naar B). 

Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Een hogere schuldquote betekent een hogere schuldenlast. De netto schuldquote fluctueert in de loop der tijd, voornamelijk door opname van geldleningen en jaarlijkse aflossingen op geldleningen. De netto schuldquote van gemeente Harderwijk valt in de minst risicovolle categorie A en is voor begrotingsjaar 2026 met afgerond 51% gelijk aan de uitkomst van de begroting 2025. 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Deze wordt berekend overeenkomstig de netto schuldquote, vermeerderd met leningen aan openbare lichamen, woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen. Dit kengetal houdt ook rekening met de risico's die gelopen worden bij voornoemde partijen. Hoe lager het percentage is, hoe gunstiger ook hier de financiële positie. Gezien het terughoudende beleid wat het verstrekken van leningen betreft, is er nauwelijks verschil in de schuldquote na correctie voor alle verstrekte leningen. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen van gemeente Harderwijk valt in de minst risicovolle categorie A en is voor begrotingsjaar 2026 met afgerond 50% vrijwel gelijk aan de uitkomst van de begroting 2025. 

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is op langere termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen. De solvabiliteitsratio van Gemeente Harderwijk valt in het gemiddelde risicoprofiel, categorie B. Er is sprake van een kleine toename van de solvabiliteitsratio in begrotingsjaar 2026 ten opzichte van begrotingsjaar 2025. 

Grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de boekwaarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Voor de berekening worden de niet in exploitatie genoemde gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de begroting of rekening en uitgedrukt in een percentage. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. 

Met een kengetal grondexploitatie van 14,4% valt de gemeente Harderwijk in categorie A. Op dit moment wordt op basis van de geprognosticeerde balans meerjarig nog een afname van bouwgronden in exploitatie verwacht, echter kan het openen van een nieuwe grondexploitatie deze raming weer veranderen.

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder bijvoorbeeld de rente en aflossing van een lening) te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin, dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen.

De structurele exploitatieruimte van gemeente Harderwijk is berekend op afgerond 0%. Voor begrotingsjaar 2026 valt dit kengetal in categorie B. 

Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft de potentiële ruimte aan, die een gemeente heeft om zijn structurele baten te verhogen om daarmee bijvoorbeeld stijgende structurele lasten op te vangen. Of dit wel of niet gebeurt is een bestuurlijke beleidskeuze. Wanneer een gemeente te maken heeft met een hoge schuld en de structurele lasten hoger zijn dan de structurele baten en de woonlasten al relatief hoog zijn, dan is er minder ruimte om te kunnen bijsturen. 

Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan landelijk gemiddelde tarieven. De belastingcapaciteit wordt als volgt berekend: de totale woonlasten meerpersoonshuishouden ten opzichte van het landelijk gemiddelde uitgedrukt in een percentage. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, riool- en waterzorgheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. 
Voor begrotingsjaar 2026 komt dit kengetal uit op 83%.

Het kengetal belastingcapaciteit van gemeente Harderwijk valt in de minst risicovolle categorie A.