Weerstandsvermogen en risicobeheersing

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan hoe solide de financiële positie van de gemeente is. Het beschikken over voldoende weerstandsvermogen is van belang omdat financiële tegenvallers zich kunnen voordoen. Het beleid ten aanzien van het weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt door de raad vastgesteld en is vastgelegd in de Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing (2022). Vervolgens wordt in de verplichte paragraaf bij de begroting en jaarrekening inzicht gegeven in de verhouding tussen het benodigd en beschikbaar weerstandsvermogen en zo nodig de maatregelen die worden genomen om op het benodigde niveau te komen.

Weerstandsvermogen
In het ‘Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten’ is aangegeven dat het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen:

A. De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken
B. Alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

Het weerstandsvermogen als ratio, berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit, vormt de indicator voor de robuustheid van de begroting. In de Nota Weerstandsvermogen en Risicobeheersing 2022-2025 is vastgelegd een ratio te hanteren van 1,0. Dit valt binnen waarderingsschaal C (=voldoende) op basis van het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader van de provincie Gelderland. 
De begroting van 2026 sluit op een totaal van ongeveer € 236 miljoen. Hiervan bestaat € 115 miljoen uit programma 6, de gedecentraliseerde wetten WMO, jeugdzorg en Participatie. Voor wat betreft lasten minus baten resteert een saldo van € 57 miljoen. Deze activiteiten brengen veel risico’s en open einde regelingen met zich mee, maar hebben daarvoor ook een eigen bestemmingsreserve, de bestemmingsreserve sociaal domein. Dat betekent dat de risico’s van de activiteiten die worden uitgevoerd onder het restant van de begroting (€ 180 miljoen) een beroep doen op het weerstandsvermogen. Naast de berekening van de ratio, zoals hierboven beschreven, is een vergelijking tussen risico’s en omvang van de begroting interessant. Een buffer van 10% zou kunnen worden beschouwd als minimum ondergrens. Voor 2026 is dat ongeveer € 18 miljoen.

Weerstandscapaciteit
Bij het begrip weerstandscapaciteit wordt er onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit is de mate waarin eenmalige tegenvallers en/of calamiteiten kunnen worden opgevangen met vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden ingezet, zonder dat het invloed heeft op het gemeentelijk voorzieningenniveau. Dit mag bestaan uit de algemene reserve, overige vrij aanwendbare reserves en stille reserves.
De structurele weerstandscapaciteit is de mate waarin de gemeente in staat is om niet begrote kosten te dekken door structurele ruimte vrij te maken, zonder dat het ten koste gaat van de uitvoering van het beleid. Dit bestaat in de gemeente Harderwijk uit een raming voor onvoorziene uitgaven. Deze stelpost heeft een incidenteel karakter gekregen bij de ombuigingen voor 2025 e.v., waarbij de hoogte ervan ieder jaar bij de technische uitgangspunten van de Kadernota vastgesteld wordt. Bij de actualisering van de Nota Weerstandsvermogen en Risicobeheersing moet deze gewijzigde werkwijze opgenomen worden.

Risicobeheersing
Risicobeheersing is het geheel aan maatregelen die bewust door het college worden genomen om risico’s te signaleren, over te dragen, te vermijden, te verminderen of te accepteren. Het doel van risicobeheer is de kans vergroten om de beoogde resultaten te behalen. Hierbij streeft de gemeente Harderwijk naar risicobeheer als gewoonte, door middel van structureel aandacht voor risico’s al in de eerste lijn, binnen de primaire processen. Risicobewustzijn binnen de gemeente is belangrijk om gefundeerde besluiten te nemen waarbij aanwezige risico’s en mogelijke gevolgen voor de maatschappij en de financiële positie van de gemeente in afgewogen kunnen worden.
Om inzicht te krijgen in de risico’s worden deze jaarlijks (bij de jaarrekening) organisatie-breed geïnventariseerd en gekwantificeerd naar omvang en de kans dat de risico gebeurtenis zich voordoet. Vervolgens worden beheersmaatregelen geformuleerd om de risico’s te reduceren. Ervan uitgaande dat deze beheersmaatregelen ook effectief zijn, wordt een inschatting gemaakt van het restrisico’s. Deze overblijvende risico’s vormen gecumuleerd de onderbouwing van de benodigde weerstandscapaciteit.

Huidige weerstandscapaciteit
Op basis van bovenstaande uitgangspunten is in onderstaande tabellen een samenvatting weergegeven van de beschikbare weerstandscapaciteit ultimo 2025. De prognose stand wordt hieronder gebruikt en afgezet tegen de risico-inventarisatie jaarrekening 2025. 

In onderstaande tabel is de geprognosticeerde weerstandscapaciteit weergegeven. In deze stand is rekening gehouden met de besluitvorming over de Jaarrekening 2025, de inzet bij de begroting 2026-2029 en de overige claims op de algemene reserve. De ratio weerstandsvermogen is op basis van de prognose stand en de actuele risico-inventarisatie (jaarrekening 2025), afgerond 1,7.

(bedragen x €1.000,-)
Beschikbare weerstandscapaciteit
Stand 31-12-2025
Claims op reserve
Resultaat 2025 incl bestemming
Stand na verwerking claims/resultaat
Algemene reserve
44.122
-17.457
16.402
43.067
(bedragen x €1.000,-)
Berekening weerstandsvermogen
Prognose stand na verwerking resultaat/ claims
Geïdentificeerde risico’s n.a.v. actualisatie eind 2025
Overschot (-) / tekort (+)
Ratio weerstands- vermogen
Algemene reserve
43.067
-25.273
17.794
1,7

De claims op de reserves en het rekeningresultaat bestaan uit:

(bedragen x € 1.000,-)
Claims op reserves en het rekeningresultaat
Bedrag
Saldo per 31-12-2025
44.122
Voorstellen voor bestemming resultaat jaarrekening 2025:
Saldo jaarrekening 2025
19.164
Onttrekking onderhandenwerken 2025 (niet neutraal)
-1.360
Onttrekking onderhanden werken 2025 (neutraal)
-139
Toevoeging bestemmingsreserve monumenten
-26
Toevoeging nieuwe bestemmingsreserve IBOR
-575
Toevoeging bestemmingsreserve Woonfonds - realisatiestimulans
-2.100
Onttrekking bestemmingsreserve Woonpark Hierden
225
Toevoeging vanuit overschot BW/MO
1.213
Totaal resultaatbestemming
16.402
Claims:
Kadernota 2023-2026 (dekking incidentele posten jaarschijf 2026 )
-549
Kadernota 2025-2028 (dekking incidentele posten jaarschijven 2026 t/m 2028)
-1.773
Kadernota 2026-2029 (dekking incidentele posten jaarschijven 2026 t/m 2029)
-3.132
Kadernota 2026-2029 - toevoeging aan reserve 800 jaar Harderwijk
-500
2e Turap 2023; onderhanden werken (jaarschijf 2026)
-44
Begroting 2026-2029; motie Baanweg Sportboulevard
-25
Begroting 2026-2029; motie Maak de ruimte veilig voor vrouwen
-90
Begroting 2026-2029; amendement Plaquette Stichting We Will Remember
-2
2e Turap 2025; onderhanden werken
-928
Aankoop Donkerstraat 10-12-14 (claim in jaarschijven 2026 t/m 2030)
-250
IBOR samen kleuren we de stad incidentele budgetten
-64
Zonne-energie voor energieneutraal De Sypel
-100
Deelname en bijdrage aan project Keervoorziening Harderwijk
-10.000
Totaal claims
-17.457
Geprognostiseerd saldo algemene reserve 2025 incl. resultaatsbestemming en claims
43.067

Benodigde weerstandscapaciteit risico-inventarisatie

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Benodigde weerstandscapaciteit risico-inventarisatie

De totale benodigde weerstandscapaciteit op basis van de risico inventarisatie bij de jaarrekening 2025 is € 25,3 miljoen. Dat is circa 10,7% van de begroting 2026 en is als volgt opgebouwd:

(bedragen x € 1.000,-)
Belangrijkste risico’s
Rekening 2025
Rekening 2024
1
Grondexploitaties / Waterfront / Nieuw Weiburg
11.660
5.400
2
Risico rentestijgingen grondexploitatie
3.168
3.325
3
Sociaal domein
4
Gronden in eigendom van de gemeente
287
428
5
a. Verbonden partijen (incl. WNH en Zonnepark miv 2025)
654
222
b. Garantieverlening Zonnepark Harderwijk B.V.
84
440
c. Warmtenetwerk Harderwijk B.V.
319
6
Raming gemeentefonds
500
500
7
Windturbines Lorentz
32
8
Overig Domein Mens & Maatschappij
1.424
1.189
9
Exploitatie sport accommodaties en zwembad
41
62
10
Overig Domein Stad & Omgeving
1.785
2.192
11
Stadsbedrijf
550
500
12
Financiële risico’s (borgstellingen en garantstellingen)
678
900
13
Bedrijfsvoering risico’s
3.591
3.183
14
Overig algemeen (niet geïdentificeerd of gekwantificeerd)
500
500
Totaal
25.273
18.841

De totale benodigde weerstandscapaciteit, op basis van de risico-inventarisatie eind 2025, is € 25,3 miljoen. Dit is een stijging van ca. € 6,4 miljoen ten opzichte van de berekende, benodigde weerstandscapaciteit bij de jaarrekening 2024. In onderstaande tabel een overzicht van het verloop van de risico-inventarisatie.

(bedragen x €1.000,-)
Risico inventarisatie (verloop)
Jaarrekening 2021
Jaarrekening 2022
Jaarrekening 2023
Jaarrekening 2024
Jaarrekening 2025
Algemene dienst
9.181
4.659
9.836
9.688
10.156
Grondexploitaties
14.967
16.181
6.332
9.152
15.114
Totaal
24.148
20.840
16.168
18.840
25.270

Toelichting op de belangrijkste risico’s en ontwikkelingen m.b.t. de benodigde weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Toelichting op de belangrijkste risico’s en ontwikkelingen m.b.t. de benodigde weerstandscapaciteit

De risico’s van de grondexploitaties zijn fors toegenomen terwijl de risico’s binnen de algemene dienst vrijwel gelijk zijn gebleven. Er wordt in toenemende mate aandacht gevraagd voor cybersecurity, informatiebeveiliging en privacy. Door Nis2 de nieuwe Europese richtlijn en de Nederlandse Cybersecurity Wet die hieruit is ontstaan,  is een gemeente gekarakteriseerd als een essentiële entiteit. Die definitie verplicht ons om aan hoge beveiligingsstandaarden te voldoen. Het is echter lastig om die risico’s al te kwantificeren. Hieronder volgt een toelichting op de grootste gekwantificeerde risico’s of groep van risico’s.

  1. Grondexploitaties / Waterfront / Nieuw Weiburg
    Risico’s die zich voordoen worden bij herziening vertaald in het saldo van de grondexploitatie en risico’s die zich niet voordoen vervallen of verminderen. Onder normale omstandigheden mag er voor grond vanuit worden gegaan, dat de risico’s van de lopende grondexploitaties langzaam verder afnemen naarmate het einde nadert. Voor het komende jaar moet, net zoals ieder jaar, rekening gehouden worden met fluctuaties in de risico’s afhankelijk van de geactualiseerde situatie. Voor de herziening van de Grexen 2026 (onderdeel van de jaarrekening 2025) zijn de risico’s berekend met behulp van de Monte Carlo methode. Hierbij worden verschillende variabelen en alle benoemde risico’s in een rekenmodel verwerkt die 10.000 simulaties gaat draaien van mogelijke uitkomsten. Het resultaat van deze uitkomsten is een verdeling van de waarschijnlijkheid van het financiële resultaat van de grondexploitatie, inclusief alle risico’s en kansen.  

    Voor Lorentz III, Drielanden en restgrexen zijn de gekwantificeerde risico’s lager dan de verwachte winst waardoor deze risico’s binnen de grex kunnen worden opgevangen en bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit buiten beschouwing blijven. 

    Waterfront:  De benodigde weerstandscapaciteit voor het opvangen van project specifieke risico's is € 5,8 miljoen. Het risico is ten opzichte van vorig jaar met ruim 0,4 miljoen gestegen. De risico's zijn in de herziene grexen (die onder geheimhouding aan de raad beschikbaar zijn gesteld), uitvoerig beschreven. Samengevat gaat het om:
    a. Marktrisico grondopbrengsten: De grondexploitatie Waterfront is erg gevoelig voor marktschommelingen doordat er nog veel grondopbrengsten moeten worden gerealiseerd. Een wijzigend indexcijfers van 2% over één jaar heeft al een effect van € 1,0 miljoen. Ook gezien de sterk fluctuerende marktontwikkelingen van de afgelopen jaren kan dit risico in de toekomst dus zowel een sterk voordelig als nadelig effect op het projectsaldo veroorzaken.
    b. Uitgiftevertraging Lorentz haven: Netcongestie, stikstofproblematiek en de onzekerheid over de bouw van windmolens op het bedrijventerrein leiden tot een vertraging in de uitgifte van de kavels. Waar uitgiftevertraging een nadelig effect heeft op plankosten (meer kosten want meer jaren ambtelijke inzet), heeft dit een gunstig effect op de opbrengsten aangezien de opbrengstenstijging relatief gunstig is ten opzichte van de rentekosten die oplopen wanneer de grondexploitatie jaren later wordt afgesloten.
    c. Gewijzigde inzichten Dolfinariumeiland: De strook langs de haven is onderdeel van fase 2 (complex GX14) van het Waterfront. In deze strook is op basis van de SOK uit 2008 de bouw van een theater en andere Leisure functies voorzien. Herbezinning op uitgangspunten en ruimtelijke heroverweging veroorzaken vertraging in de ontwikkeling van de strook die onderdeel uitmaakt van deze fase 2.
    d. WBI-subsidie: Door de (sterk) verbeterde grondopbrengsten kan geen aanspraak meer worden gedaan op de WBI-subsidie. De al gekregen WBI gelden kunnen dus niet meer worden ingezet als dekking voor de risico’s.

    Nieuw Weiburg: De benodigde weerstandscapaciteit voor het opvangen van project specifieke risico's is € 5,9 miljoen. De risico's zijn in de herziene grexen (die onder geheimhouding aan de raad beschikbaar zijn gesteld), uitvoerig beschreven. Samengevat gaat het om:

    a. Parkeeroplossing: de onrendabele top op de parkeer HUB kan zowel hoger als lager uitvallen dan geraamd. Er is hier dus sprake van een kans en risico.
    b. Marktwaarde vastgoed: de Vrij op Naam prijzen van het vastgoed kunnen zowel hoger als lager uitvallen. Dit heeft effect op de residuele grondwaarde en is daarmee zowel een kans als een risico.
    c. Collectief warmtesysteem: Wanneer de investeringen voor het collectieve warmtesysteem de BAK-dekking (eenmalige bijdrage aansluitkosten, bij start bouw) overstijgen zorgt dit voor lagere grondopbrengsten (meerkosten in de vastgoedexploitatie). Hier is dus sprake van een risico dat moet worden gedekt.
    d. Plankosten: binnen het project kunnen vertraging, (bezwaar-) procedures en extra onderzoeken leiden tot extra werkzaamheden en daarmee het overschrijden van de begrootte plankosten. Vertraging kan veroorzaakt worden door bijvoorbeeld problemen omtrent stikstof en netcongestie. Ook hier is sprake van een risico.
    e. Detail SSK-ramingen: Op dit moment zijn de kosten voor civiele werkzaamheden bepaald op basis van kengetallen. Gedetailleerde SSK-ramingen ontbreken nog, maar worden de komende maanden opgesteld. Het risico bestaat dus dat deze SSK-ramingen verschillen ten opzichte van de huidige ramingen. Dit kan zowel negatieve- als positieve invloed hebben op het resultaat van de grondexploitatie, afhankelijk van de hoogte van de ramingen. Naar verwachting kunnen tijdens de herziening 2027 de nieuwe SSK-ramingen worden opgenomen.
    f. Plan en programma: er kunnen potentiële meeropbrengsten gerealiseerd worden wanneer de ruimtelijke planvorming (voor de functie niet-wonen) binnen het project geoptimaliseerd wordt.

  2. Risico rentestijgingen voor de grondexploitaties
    De rentegevoeligheid van de grexen wordt jaarlijks geanalyseerd om het risico van rentestijging te kunnen kwantificeren. In de grexen is gerekend met een rentepercentage van 0,5% terwijl de rente op de kapitaalmarkt op dit moment veel hoger is. Bij aflopende leningen en herfinanciering geeft dat een direct effect op de kosten van de grexen. Het renterisico wordt berekend op basis van de verwachte eindwaarde van de grex, de looptijd van de grex en een rente opslag die gebaseerd is op het verschil tussen de toegerekende rente en de huidige marktrente. Net als in 2024 is gerekend met een renterisico opslag van 1,0%. Naarmate het rente percentage toeneemt wordt het rente effect groter door het zogenoemde rente op rente effect. Voor de grex Waterfront geldt dat door de relatief lange looptijd van 5 jaar en de hoge boekwaarde van € 88,9 miljoen de rentegevoeligheid groot is. Ook voor de nieuw geopende grex Nieuw Weiburg geldt dat door de relatief lange resterende looptijd van 10 jaar de rentegevoeligheid groot is. Per saldo is het renterisico op alle grexen tezamen afgenomen met ongeveer 0,15 miljoen ten opzichte van 2024.

  3. Sociaal domein
    De combinatie van een goed gevulde bestemmingsreserve sociaal domein en een realistische begroting 2026, hebben ten tijde van de jaarrekening 2025 (het moment van risico inventarisatie) tot de conclusie geleid dat er geen aanvullend weerstandscapaciteit nodig is voor het sociaal domein.
    Op 19 juni 2023 is de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 definitief vastgesteld. Doel van de maatregelen in de Hervormingsagenda is het jeugdstelsel kwalitatief te verbeteren en financieel houdbaar maken: betere en tijdige zorg en ondersteuning voor jeugdigen en hun gezin, op de juiste plek en wanneer dit nodig is. De maatregelen zoals opgenomen in de Hervormingsagenda tellen op tot een besparingspotentieel van ongeveer € 1 miljard vanaf 2028. In de meicirculaire 2025 is dit besparingspotentieel opgehoogd met ruim € 500 miljoen. Gemeenten moeten bij het opstellen van hun begrotingen rekening houden met deze besparing van ruim € 1,5 miljard. Begin 2025 heeft de deskundigencommissie een zwaarwegend advies uitgebracht met het rapport Groeipijn. De commissie heeft de voortgang en uitvoering van de Hervormingsagenda beoordeeld en heeft geconcludeerd dat er veel gedrevenheid is om de hervormingen te laten slagen, maar dat er ook aanzienlijke druk is op alle betrokkenen. Voor wat betreft financiën stelt de commissie dat de financiële tekorten gedeeld moeten worden tussen Rijk en gemeenten. In de meicirculaire 2025 hebben gemeenten deze middelen, ruim € 400 miljoen, structureel toegekend gekregen. Daarnaast heeft het kabinet Schoof aanvullende beheersmaatregelen uitgewerkt. Omdat voor deze maatregelen het rijk aan zet is, mogen gemeenten deze maatregelen budget neutraal in de begroting opnemen. Het
    betreft vanaf 2028:
    - Eigen bijdrage Jeugdzorg € 260 miljoen (voor Harderwijk € 640.000)
    - Sturen op trajectduur jeugdzorg € 68 miljoen (voor Harderwijk € 170.000)
    Afgesproken is dat de deskundigencommissie begin 2027 opnieuw advies uitbrengt.

  4. Gronden in eigendom van de gemeente
    De gemeente heeft gronden in eigendom om te ontwikkelen of te ruilen om ontwikkeling mogelijk te maken. De boekwaarde van de gronden kan te hoog zijn als de bestemming nog onduidelijk is of mogelijk te hoog gewaardeerd. Dat kan het geval zijn als geplande ontwikkelingen geen doorgang vinden of als er als gevolg van ontwikkelingen in de markt verlies geleden zal worden op de grondverkoop. We hebben in 2025 aanvullende gronden gekocht en zijn er ook gronden ingebracht in de grex Nieuw Weiburg waardoor het totale risico is gedaald.

  5. Verbonden partijen (inclusief Zonnepark Harderwijk B.V. en het Warmtenetwerk Harderwijk B.V.)
    a. Algemeen: Deelname aan verbonden partijen brengt risico’s met zich mee. Voor gemeenschappelijke regelingen die zelf onvoldoende weerstandsvermogen aanhouden, houden wij rekening met de consequenties die dat voor ons zou kunnen hebben. Voor het kapitaalbelang dat wij in private partijen hebben en waar geen bestemmingsreserve tegenover staat, wordt een risico opgenomen. Vanaf 2025 is er voor alle garantstellingen van de gemeente een uniform risicopercentage opgenomen. Door het hanteren van uniforme risico berekeningen hiervoor is de benodigde weerstandscapaciteit met 0,4 miljoen toegenomen. 
    b. De gemeente heeft zich voor het zonnepark Harderwijk B.V. garant gesteld voor een grote lening, waarvan een deel inmiddels is afgelost. Daardoor kan het risico worden verlaagd. Doordat er ook een zonnepark tegenover de lening staat, beperkt het gemeentelijk risico zich tot het restrisico. 
    c. De risico’s voor het warmtenetwerk beperken zich tot het ingebrachte kapitaal, omdat de gemeente aandeelhouder is van de onderneming. Aanleg- en exploitatie risico's ten aanzien van het warmtenet worden primair door WNH B.V. zelf gedragen. In 2025 is er een additionele agiostorting van € 750.000 geëffectueerd om investeringen naar voren te kunnen halen. Deze agio storting verhoogt het kapitaalbelang dat de gemeente in de B.V. heeft. 

  6. Raming gemeentefonds
    In 2027 volgt een volgende stap in de herverdeling van het gemeentefonds. De Raad voor het Openbaar Bestuur heeft in 2025 aanbevelingen gedaan waar begin 2026 een reactie op wordt verwacht vanuit het Rijk. Daarnaast zijn de herverdeeleffecten van de vorige herverdeling tot 2027 gemaximeerd en moet er een besluit over het vervolg genomen worden. Dit kan voor Harderwijk heel veel verschillende dingen betekenen. Het risico bestaat heel concreet dat het ingroeipad wel vervolgd wordt, wat een nadelig effect heeft op de inkomsten van Harderwijk ( € 250.000,- bij wegvallen maximering vorige herverdeeleffect). De effecten van de komende herverdeling zijn echter nog niet bekend en kunnen zowel positief als negatief van aard zijn. Het risico is ongewijzigd.

  7. Windturbines Lorentz
    In de jaarrekening 2024 is het krediet afgesloten en zijn de gemaakte kosten van het project windturbines afgeboekt ten laste van de algemene reserve. De kosten voor het project windturbines waren opgelopen terwijl onzeker was of deze kosten kunnen worden terugverdiend. Netcongestie maar ook de uitspraak van de Raad van State leidden tot onzekerheid. In 2025 is door de gemeenteraad een nieuw krediet verstrekt, dat een gedeeltelijke claim op de bestemmingsreserve duurzaamheidsfonds heeft. Voor het overige financiële risico dat het windpark geen doorgang vindt, is een risico opgenomen dat meegroeit met de stand van de kosten die afgedekt moet worden.

  8. Overig domein mens & maatschappij, team samenleving
    Vanuit het team samenleving wordt samengewerkt met een groot aantal maatschappelijke instellingen. Voor een aantal daarvan zijn borgstellingen of garantstellingen afgegeven die risico's met zich meebrengen. Vanaf 2025 is er voor alle garantstellingen van de gemeente een uniform risicopercentage opgenomen. Ook door het verstrekken van jarenlange subsidies bestaat een vergelijkbaar risico. Tevens is binnen dit domein een grote kans op misbruik van persoonsgegevens of informatielekken. De risico’s daarvan zijn geïdentificeerd en zo goed mogelijk gekwantificeerd. Voor het risico op overschrijding van de kosten van het IHP die kunnen ontstaan door vertraging, is een risico opgenomen van 0,4 miljoen.

  9. Exploitatie sport accommodaties en zwembad
    In het voorjaar 2025 is -na de verbouw van zwembad en sporthal- een herziening van de exploitatie opgesteld om in kaart te brengen wat er naar verwachting, nodig is aan budget. Met de exploitatie herziening zijn ook alle inkomsten en uitgaven doorgelicht in de begroting van de Sypel en is de begroting hierop bijgesteld. Het risico op overschrijding van het budget voor de exploitatie zal op basis van opgedane ervaringen steeds verder verkleinen, zoals ook nu al het geval is.

  10. Overig Domein Stad & Omgeving, ruimtelijke projecten, stadstoezicht en ruimtelijk beleid
    De ontwikkeling van ruimtelijke projecten brengt risico’s met zich mee. Deze risico’s worden per project geïnventariseerd en meegenomen bij de jaarlijkse risico-inventarisatie. Lopende en/of net uitgevoerde projecten, kunnen risico’s meebrengen doordat de exploitatiebudgetten mogelijk niet meer passend zijn. Eind 2023 is met de auditcommissie de wijze van omgaan met projectrisico's en daaruit voortvloeiend, financiële gevolgen voor de weerstandscapaciteit, besproken. Daar is aangegeven dat op de agenda staat om de risico's voor de niet-GREX projecten op eenduidige wijze te beschrijven en te waarderen.

  11. Stadsbedrijf
    Het stadsbedrijf is verantwoordelijk voor zorgvuldig beheer en onderhoud van de openbare ruimte. De ruimte die door allen in de samenleving wordt gebruikt. Het opgenomen risico betreft het voordoen van een mogelijke calamiteit in de openbare ruimte, waarin de begroting geen rekening mee is gehouden en waar snel gehandeld moet worden. Tevens is een risico opgenomen voor niet-begrote schades en uitval van het materieel.

  12. Financiële risico’s (borgstellingen en garantstellingen)
    Net als bij de grexen bestaat er ook een renterisico in de algemene dienst. Op basis van de huidige informatie verwachten wij in 2026 weer leningen te moeten aantrekken tegen de dan geldende rentepercentages. In onze begroting is geen rekening gehouden met een hogere rentelast. Bestaande garantstellingen voor derden moeten we beschouwen als een financieel risico. Vanaf 2025 is er voor alle garantstellingen van de gemeente een uniform risicopercentage opgenomen. En met het gebruik van subsidies van derden, zoals bijvoorbeeld de WBI, SISA regelingen bestaat er een risico op terugbetaling. Dat geheel is samengevat onder de financiële risico’s.

  13. Bedrijfsvoering risico’s
    In onze bedrijfsvoering lopen we dagelijks risico. Een verzamelpost van vele heel diverse risico’s, groter en kleiner van aard die niet allemaal separaat zijn benoemd. Een aantal voorbeelden hiervan zijn: Menselijke fouten kunnen leiden tot schades zoals bijvoorbeeld foute aanbestedingen of het terugvorderen van subsidies. We bezitten veel vastgoed, met risico’s van leegstand terwijl onze kosten doorlopen, of we kunnen juist te maken krijgen met hogere pandlasten die doorberekend worden aan gebruikers maar in sommige gevallen anderzijds vragen om een hogere subsidie van de gemeente. Op ons totale personeelsbestand hebben we jaarlijks te maken met uitval van collega’s door langdurige ziekte waarbij wij verantwoordelijk blijven om bij te dragen in de kosten. Een aantal collega’s heeft een aanstelling voor onbepaalde tijd terwijl de dekking incidenteel van aard is. Voor het risico op arbeidsongeschiktheid en overlijden van wethouders is de gemeente niet meer verzekerd. Kortom een divers geheel van risico’s die onderling van elkaar verschillen en in omvang niet groot zijn, maar als geheel toch een behoorlijk risico vormen. Ook die risico’s hebben we dit jaar zo goed mogelijk geprobeerd in beeld te brengen en samengevat in de risico’s voor de bedrijfsvoering.

  14. Overig algemeen (niet geïdentificeerd of gekwantificeerd)
    Om schijnnauwkeurigheid te voorkomen in de berekeningen van risico’s en ook in de wetenschap dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen is er voor gekozen om- net als vorig jaar- een algemene rest post op te nemen in de weerstandscapaciteit. Hieronder vallen ook risico’s inzake informatieveiligheid en privacy.

Ontwikkelingen, nog niet als risico gekwantificeerd
Risico inzake informatieveiligheid en privacy

Door verdergaande digitalisering zijn privacy en informatieveiligheid een essentieel onderdeel van het werk van gemeenten geworden. Voor inwoners is het van belang dat de gemeente de juiste informatie in de juiste vorm beschikbaar heeft. Organisaties zijn verplicht om daarbij structurele naleving van privacyregels te waarborgen. Door toenemende cyberdreigingen wordt passende beveiliging van deze informatie steeds belangrijker. Het voorkomen van datalekken en beveiligingsincidenten is cruciaal. Dit betekent dat er binnen de begroting ieder jaar rekening gehouden moet worden met de kosten voor het creëren van bewustwording, advisering en het implementeren van maatregelen om aan de wetgeving te voldoen. De samenwerking tussen Ermelo, Harderwijk en Zeewolde via Meerinzicht biedt daarbij schaalvoordelen.

De Cyberbeveiligingswet (Cbw), die naar verwachting in 2026 in zal gaan, zal meer eisen gaan stellen aan organisaties op het gebied van informatieveiligheid. Gemeenten zullen moeten kunnen aantonen dat hieraan wordt voldoen. Er wordt in 2025 in opdracht van Meerinzicht een GAP-analyse uitgevoerd. Deze analyse geeft een beeld van waar de organisatie staat met betrekking tot de wettelijke vereisten. Er is een kadernota voorstel ingediend om in de begroting van 2026 middelen te reserveren om aan de slag te kunnen met de verwachte uitkomsten hiervan. Met deze middelen wordt het mogelijk om hiervoor externe expertise in te schakelen in 2026. Op deze manier kunnen noodzakelijke verbeteringen doorgevoerd worden om Ermelo, Harderwijk, Zeewolde en Meerinzicht een nog veiliger omgeving te maken en die daarnaast voldoet aan de Cbw.

Ook de ontwikkelingen op het gebied van AI gaan snel. Het kan de dienstverlening efficiënter en beter maken. Vanaf augustus 2026 zullen gemeenten bij inzet van AI moeten voldoen aan de Europese AI Verordening. Dit komt bovenop de eisen waaraan we al moeten voldoen vanuit de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de Cbw. De kosten voor het voldoen aan de wettelijke eisen bij de inzet van AI zullen naar verwachting stijgen in de komende jaren.

Keervoorziening
De raad heeft ingestemd met de cofinanciering en reservering van € 10 miljoen in de bestemmingsreserve keervoorziening Veluwelijn. Er resteert tussen de  Harderwijkse begroting/balans en de cofinancieringsopgave, een tekort van maximaal € 12,5 miljoen in de duurste variant, exclusief indexatie, aanvullende lokale kosten en onvoorzien overig. Afhankelijk van de uitkomst van de verkennende fases, de variantenkeuze en het bijbehorende financieringsvoorstel zullen de wijze van financiering en de bijbehorende risico’s nader worden bepaald. Na de bestuurlijke besluitvorming over de deelname en de variantkeuze kan het gemeentelijke risico worden gekwantificeerd.

Woonwagenlocaties
In de Kadernota 2026 is reeds aangegeven dat er o.b.v. 65-85 woonwagenstandplaatsen een negatief resultaat wordt verwacht van € 6,5 - 14,5 miljoen. De eerste locatie lijkt o.b.v. 36 woonwagenstandplaatsen een negatief resultaat tot ca. € 3,6 miljoen te hebben. Na de bestuurlijke besluitvorming kan het gemeentelijke risico worden gekwantificeerd.

Indexatiekeuzes voor begroting
Sinds een aantal jaar constateren we bij de meicirculaire dat de loon- en prijsindexatie die de gemeente van het Rijk krijgt niet voldoende is om de loon- en prijsindexatie van de gehele begroting te kunnen dekken. Het afgelopen jaar is in beeld gebracht (en gedeeld met de auditcommissie) in hoeverre dit in de toekomst tot problemen kan leiden waarin verschil is gemaakt tussen theorie en de feitelijk praktijksituatie. Wanneer de indexen uit de meicirculaire bekend zijn, kan hiervoor een concreet voorstel gedaan worden. Na de bestuurlijke besluitvorming kan het gemeentelijke risico worden gekwantificeerd.

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Financiële kengetallen
Financiële kengetallen jaarrekening 2025
Begroting 2024
Rekening 2024
Begroting 2025
Rekening 2025
Gelders gemiddelde 2024
1-a. Netto schuldquote
47,0%
42,9%
51,0%
36,0%
36,0%
1-b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
46,0%
40,0%
49,0%
32,3%
29,0%
2. Solvabiliteitsratio
33,0%
36,0%
32,0%
39,8%
39,0%
3. Grondexploitatie
20,0%
24,8%
16,0%
23,6%
7,0%
4. Structurele exploitatieruimte
0,8%
6,4%
1,1%
6,2%
3,0%
5. Belastingcapaciteit*
81,9%
81,9%
86,0%
84,3%
98,0%

Financiële kengetallen
In bovenstaande tabel is een overzicht te zien van de financiële kengetallen.

De provincie Gelderland heeft een tabel ontwikkeld die als hulpmiddel kan worden gebruikt bij de interpretatie van de kengetallen. Daarbij hanteert de provincie drie risicocategorieën (A, B en C). 

De berekende kengetallen zijn in te delen in 3 categorieën:

  • Categorie A: minst risicovol;
  • Categorie B: gemiddeld risicovol;
  • Categorie C: meest risicovol.

Om een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie te kunnen geven, is onderstaande tabel weergegeven. Uiteindelijk is het van belang het geheel aan kengetallen in relatie met elkaar te analyseren, en niet één afzonderlijk kengetal te isoleren.

De categorieën waarin de gemeente Harderwijk zich bevindt wat betreft de jaarrekening 2025,  zijn vetgedrukt opgenomen in onderstaande tabel.

Financiële kengetallen
Categorie A
Categorie B
Categorie C
1-a. Netto schuldquote
<90%
90-130%
>130%
1-b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90%
90-130%
>130%
2. Solvabiliteitsratio
>50%
20-50%
<20%
3. Grondexploitatie
<20%
20-35%
>35%
4. Structurele exploitatieruimte
>0%
0%
<0%
5. Belastingcapaciteit
<95%
95-105%
>105%

Financiële positie en toelichting op financiële kengetallen
De financiële positie van de gemeente Harderwijk uitgedrukt in de kengetallen wordt, op basis van de risicocategorie-indeling, als voldoende gekwalificeerd. De risicocategorisering waarin de kengetallen voor het jaar 2025 vallen komt overeen met die van de jaarrekening 2024.

Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Een hogere schuldquote betekent een hogere schuldenlast. De netto schuldquote fluctueert in de loop der tijd, voornamelijk door opname van geldleningen en jaarlijkse aflossingen op geldleningen. De netto schuldquote van gemeente Harderwijk valt in de minst risicovolle categorie A en is voor 2025 met afgerond 36% gedaald ten opzichte van 42,9% in 2024.  

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Deze wordt berekend overeenkomstig de netto schuldquote, vermeerderd met leningen aan openbare lichamen, woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen. Dit kengetal houdt ook rekening met de risico's die gelopen worden bij voornoemde partijen. Hoe lager het percentage is, hoe gunstiger ook hier de financiële positie. Gezien het terughoudende beleid wat het verstrekken van leningen betreft, is er nauwelijks verschil in de schuldquote na correctie voor alle verstrekte leningen. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen van gemeente Harderwijk valt in de minst risicovolle categorie A en is voor 2025 afgerond 32,3%.

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is op langere termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen. De solvabiliteitsratio van Gemeente Harderwijk valt in het gemiddelde risicoprofiel, categorie B. Er is sprake van een toename van de solvabiliteitsratio, van 36% in 2024 naar 39,8% in 2025. 

Grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de boekwaarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Voor de berekening worden de niet in exploitatie genoemde gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de begroting of rekening en uitgedrukt in een percentage. De grondexploitatie kan een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Hoe lager het percentage, hoe lager het risico.

Met een kengetal grondexploitatie van 23,6% in 2025 valt de gemeente Harderwijk in categorie B. Dit is een kleine daling ten opzicht van de 24,8% in 2026. 

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder bijvoorbeeld de rente en aflossing van een lening) te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin, dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. 

De structurele exploitatieruimte van gemeente Harderwijk voor 2025 is 6,2% en valt hiermee in categorie A. 

Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft de potentiële ruimte aan, die een gemeente heeft om zijn structurele baten te verhogen om daarmee bijvoorbeeld stijgende structurele lasten op te vangen. Of dit wel of niet gebeurt is een bestuurlijke beleidskeuze. Wanneer een gemeente te maken heeft met een hoge schuld en de structurele lasten hoger zijn dan de structurele baten en de woonlasten al relatief hoog zijn, dan is er minder ruimte om te kunnen bijsturen. 

Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan landelijk gemiddelde tarieven. De belastingcapaciteit wordt als volgt berekend: de totale woonlasten meerpersoonshuishouden ten opzichte van het landelijk gemiddelde uitgedrukt in een percentage. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, riool- en waterzorgheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Voor het jaar 2025 komt dit kengetal uit op 84,3%.

Het kengetal belastingcapaciteit van gemeente Harderwijk valt in de minst risicovolle categorie A.